• gepubliceerd
  • leestijd
    ± 3 minuten

Laat de ECB doen wat ze moet doen

Door de hoge inflatie zwelt het debat over het ECB-mandaat aan. We moeten zorgen dat de centrale bank op afstand blijft van de politiek. De ECB moet niet meer doen, maar juist minder.

De Duitse politicoloog Stefan Eich stelt dat het openbare debat over hoe ons monetair systeem eruit zou moeten zien zo goed als verdwenen is (FD, 14 januari). Inderdaad, het is geen onderwerp waar de gemiddelde Nederlander lang over nadenkt. Toch zet de historisch hoge inflatie het debat rondom centrale banken weer op de kaart, en dat is zeker gerechtvaardigd. Het laat namelijk zien dat het huidige monetaire beleid niet tot maatschappelijk gewenste uitkomsten leidt.
Hoe kan het monetair systeem daarom anders worden ingericht? Hierover verschil ik met Eich van mening. Waar hij pleit voor vermindering van de onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank (ECB), pleit ik ervoor om het ECB-mandaat beter af te kaderen.
Eich stelt onder meer dat het technische karakter van een onafhankelijke centrale bank de effecten versluiert van het ECB-beleid op de verdeling van welvaart. Effecten die er natuurlijk zijn, zoals met elk gevoerd beleid. Maar de onafhankelijkheid van de centrale bank betekent juist dat de (on)wenselijkheid van die effecten door de politiek moet worden beoordeeld en aangepakt, niet door de centrale bank zelf. De ECB kan zich daarmee meer toespitsen op het handhaven van de prijsstabiliteit in plaats van het vellen van politieke waardeoordelen.
Door de door Eich voorgestelde ‘interne democratisering’ zou de centrale bank de focus op prijsstabiliteit onherroepelijk uit het oog verliezen. Het bestuur van de centrale bank zou vervallen in getouwtrek over de hoogte van de rente, ingegeven door de verdelingsuitkomsten daarvan. Dat zou des te meer gelden voor beslissingen rondom de toch al controversiële opkoop­programma’s. Monetair beleid wordt dan niet meer gevoerd met als doel de inflatie op het gewenste niveau te brengen, maar om de eigen achterban te bedienen. Oftewel, de politieke discussie betreedt daarmee het technocratische monetaire toneel.
Een tegenargument zou zijn dat de ECB op dit moment onafhankelijk opereert en er nog geen ‘interne democratisering’ heeft plaatsgevonden. In die redenering kan dit geen verklaring vormen voor het gevoerde beleid en hoeft de onafhankelijkheid dus ook niet beter te worden gewaarborgd. In de praktijk zien we echter dat de ECB, zeker aanvankelijk, verrassend voorzichtig reageerde op de hoge inflatie. De onderliggende angst bleek groot dat Europese landen met hoge schulden hierdoor in financiële problemen zouden komen. Dit was de directe reden voor het lanceren van het Transmission Protection Instrument (TPI), waarmee staatsobligaties gericht kunnen worden opgekocht en een oplopende rente kan worden voorkomen. De politieke discussie is daarmee via de achterdeur de bestuurskamer van de ECB binnengeslopen.
Dit laat tevens zien dat interne democratisering, impliciet of expliciet, leidt tot vertraagd handelen door de centrale bank. Indien de ECB namelijk niet zou worden gehinderd door een te hoge schuldenberg in sommige lidstaten, had de ECB sneller en fermer kunnen optreden om de inflatie te beteugelen. Zo kon de inflatie langere tijd oplopen, wat de inflatieverwachtingen onder de bevolking verder opschroeft en de geloofwaardigheid van de ECB ondermijnt.
Onderschat
Daarnaast is het trackrecord van de ECB op dit moment al twijfelachtig. De ECB heeft zich ten doel gesteld de inflatie op 2% te houden. Toch zien we dat de inflatie in de eurozone zich al jarenlang niet op het gewenste niveau begeeft. Lang was deze te laag, en werd zelfs het risico op deflatie groot geacht. Meer recent ging inflatie juist door het dak, onder andere als gevolg van schaarste op de energiemarkt. Daar komt nog bij dat de ECB zelf lang heeft volgehouden dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen. Zo heeft de ECB niet alleen de hoogte, maar ook de duur van de inflatie onderschat. Kortom, de ECB is niet in staat geweest haar mandaat te vervullen.
Een dergelijk orgaan zou een stap terug moeten nemen en moeten trachten de primaire taak naar behoren in te vullen. De ECB zou zich gematigder moeten opstellen als het aankomt op het voeren van monetair beleid. Het helpt dan niet om, zoals Eich graag zou zien, meer belanghebbenden bij het beleid te betrekken. Een vervuiling van het mandaat kan de ECB momenteel juist niet gebruiken.
De centrale bank moet zich puur focussen op het eigen mandaat, namelijk zorgen voor prijsstabiliteit. De politieke discussie over de wenselijkheid van de gevolgen daarvan moet in de politieke arena plaatsvinden, niet in de bestuurskamer van de centrale bank. De ECB moet niet méér doen, maar juist minder.